Overdenking: Heer onze Heer hoe zijt gij aanwezig

400px-HeerOnzeHeerHoeZijtWOLK Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten? Deze uitroep van Jezus aan het kruis vormde de basis voor mijn Palmpasen overdenking vandaag. Gekoppeld aan psalm 121 en het lied ‘Heer onze Heer hoe zijt gij aanwezig, heb ik het over verwachtingen, het effect van gebeden en Jezus als gewoon mens. Wat verwachten wij van God? Vertrouwen wij op Zijn aanwezigheid? Of roepen we toch nog vaak: Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten? Klik op lees verder voor mijn hele overdenking. 

Beste Gemeente,

Het heeft een hele tijd geduurd voordat ik erachter was wat ik precies met de dienst van vandaag wilde gaan doen. Omdat het Palmpasen is, was ik voor vandaag toch wel gebonden aan de tekst van de intocht in Jeruzalem en ja, die hebben we allemaal al zo vaak gehoord, en al zo veel preken daar over meegemaakt, dat ik vreesde niet met iets origineels te kunnen komen.

Daarom heb ik voor deze dienst eerst naar liedjes gekeken. Welke liederen die bij Palmpasen horen spraken mij aan, of welke ‘losse liedjes’ uit verschillende liedbundels. Het nummer waar ik op uit kwam, was het tweede lied dat we vandaag hebben gezongen: “Heer onze Heer, hoe zijt gij aanwezig”. Ik vind het ten eerste een heel fijn lied om te zingen, maar daarnaast spreekt de tekst mij ook erg aan. U kunt het meelezen in het liedboek (nr. 275), maar de tekst is als volgt:

Heer onze Heer, hoe zijt gij aanwezig
En hoe onzegbaar ons nabij.
Gij zijt gestadig met ons bezig
Onder uw vleugels rusten wij.

Gij zijt niet ver van wie U aanbidden
niet hoog en breed van ons vandaan.
Gij zijt zo mens’lijk in ons midden
dat Gij dit lied wel zult verstaan.

Gij zijt onzichtbaar voor onze ogen
en niemand heeft U ooit gezien.
Maar wij vermoeden en geloven
dat Gij ons draagt, dat Gij ons dient.

Gij zijt in alles diep verscholen
in al wat leeft en zich ontvouwt.
Maar in de mensen wilt Gij wonen
met hart en ziel aan ons getrouwd.

Heer onze Heer, hoe zijt Gij aanwezig,
waar ook ter wereld mensen zijn.
Blijf zo genadig met ons bezig,
tot wij in U volkomen zijn.

Deze tekst, Heer onze Heer, hoe zijt gij aanwezig, deed mij aan een paar dingen denken:

  • Jezus die aan het kruis zijn vader aanroept met de woorden: “Mijn God, Mijn God, waarom hebt u mij verlaten”
  • De tekst van Psalm 121 die het tegenovergestelde is van deze uitroep van Jezus (die komt uit psalm 22)
  • En gelinkt aan Palmpasen deed het me denken aan een preek (geen idee meer van wie) die ik ooit hoorde over Jezus die niet als koning Jeruzalem binnenkomt, maar als een ‘normale burger’ op een ezel. Toch wordt hij door een deel van de mensen herkent als de koning die hij zou moeten zijn.

kruisiging

Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten? Deze woorden, volgens de schrijvers van het evangelie  uitgeroepen door Jezus vlak voordat hij bezwijkt aan zijn verwondingen terwijl hij aan het kruist hangt. Volgens wetenschappers komt deze tekst uit Psalm 22, in de verzen 2 en 3 van die psalm vinden we het volgende:

2 Mijn God, mijn God,
waarom hebt u mij verlaten?
U blijft ver weg en redt mij niet,
ook al schreeuw ik het uit.
3 ‘Mijn God!’ roep ik
overdag, en u antwoordt niet,
’s nachts, en ik vind geen rust.

Mijn God, Mijn God, waarom hebt u mij verlaten?
In dagen waarop we ons tot in het diepst gekrenkt voelen, het zo donker lijkt om ons heen, dagen waarop we geen uitweg zien… dan hebben we de neiging om aan God te vragen: “waarom hebt u mij verlaten?” “Waarom bent u er niet, nu ik u zo hard nodig heb?”

Maar hoewel God ons lijkt te hebben verlaten in de dagen dat het zo donker is, kunnen we ons in de dagen dat het weer lichter lijkt het volgende afvragen: Had God ons daadwerkelijk verlaten in die dagen dat het leven zo donker lijkt? Of was hij juist wel aanwezig, en maakte hij de donkere dagen nog maar net draaglijk?

We hebben namelijk, naast de woorden uit psalm 22, de woorden uit psalm 121 die daar lijnrecht tegenover lijken te staan. Ik lees hem u nog een keer voor:

bergenIk sla mijn ogen op naar de bergen,
van waar komt mijn hulp?
2 Mijn hulp komt van de HEER
die hemel en aarde gemaakt heeft.

3 Hij zal je voet niet laten wankelen,
hij zal niet sluimeren, je wachter.
4 Nee, hij sluimert niet,
hij slaapt niet,
de wachter van Israël.

5 De HEER is je wachter,
de HEER is de schaduw
aan je rechterhand:
6 overdag kan de zon je niet steken,
bij nacht de maan je niet schaden.

7 De HEER behoedt je voor alle kwaad,
hij waakt over je leven,
8 de HEER houdt de wacht
over je gaan en je komen
van nu tot in eeuwigheid.

Het lijken wel psalmen geschreven door 2 totaal verschillende mensen, de één vol van vertrouwen op God, de ander vol vertwijfeling en zich afvragend of God überhaupt nog wel aanwezig is. Is de ene persoon nu een ‘betere’ gelovige dan de ander? Of is de situatie van de persoon vol vertrouwen gewoon veel minder beangstigend dan die van de persoon vol vertwijfeling? Kan psalm 121, die waarin staat: ik richt mijn ogen op de Heer, misschien gebruikt worden als geruststelling voor degene die zich voelt zoals in psalm 22 beschreven staat?

Beste gemeente,
Vandaag praat ik over de aanwezigheid van God en ook, over hoe we verwachten dat hij aanwezig is. Palmpasen, de eerste dag van de Goede Week, gaat over het uitkijken naar de aankomst van Jezus, over de verwachting dat hij groots als de zoon van de hemelse God aan zal komen in Jeruzalem en het volk van Israël zal redden van de overheersing van de Romeinen.

Maar hoe kwam Jezus aan in Jeruzalem? Niet als een (Romeinse) koning, op een mooi volbloed paard, gekleed in grote gewaden en met een kroon op zijn hoofd. Nee, Jezus kwam aan zittend op een ezelsveulen, met sandalen aan zijn voeten en niet een fantastische koningsmantel over zijn tuniek heen.

Jezus kwam aan als gewoon mens.

Voor sommige mensen een teleurstelling (waar was nu die grootse koning die aan hen voorspeld was?),
voor de Farizeeërs een opluchting (is dit nou die man waar ze zoveel verhalen over hadden gehoord? Deze man, die aankomt op een ezel, lijkt helemaal niet zo bedreigend), en voor sommige mensen betekent dit de uitkomst van de voorspelling, vele jaren eerder gedaan door de profeet Zacharia. In hoofdstuk 9, vers 9-10 van zijn profetie lezen we:

intocht-in-jeruzalemJuich, Sion,
Jeruzalem, schreeuw het uit van vreugde!
Je koning is in aantocht,
Bekleed met gerechtigheid en zege.
Nederig komt hij aanrijden op een ezel,
Op een hengstveulen, het jong van een ezelin.

We lezen dan ook dat een deel van de mensenmenigte, die Jezus aan zagen komen, hun jassen op de grond legden en palmtakken van de bomen haalden, hiermee zwaaiden en ‘Hosanna’: gezegend wie in de naam van de Heer komt riepen. Hosanna komt vanuit het hebreeuws, en bestaat eigenlijk uit twee woorden: “Hosha Nah”, dit betekent “Help toch”, “Help nu”.

Van Jezus werd dus verwacht dat hij de mensen zou helpen, dat hij hen zou redden. En dit riepen ze hem ook toe terwijl hij Jeruzalem binnen kwam. Wat een druk moet er op hem hebben gelegen!
Belachelijk zouden we nu misschien zeggen, hoe konden die mensen op basis van één zo’n voorspellende tekst uit het Oude Testament verwachten, dat de man die daar aan kwam rijden op een ezel, degene zou zijn die hen van de Romeinen zou redden. Hoe kon één man dat doen?

Aan de andere kant, hij was wel de man, die volgens de verhalen mensen had opgewekt uit de dood, die blinden weer had laten zien en lammen weer had laten lopen.

Hadden de Israëlieten uit Jeruzalem ongelijk om zoveel te verwachten van Jezus, de man die hun redding zou zijn?

Aan de andere kant, verwachten wij ook niet altijd een heleboel van God? Bidden we niet regelmatig om vergeving van onze schulden, dagelijks brood, maar ook om verlichting van onze zorgen, kracht om bepaalde dingen te doen.. of om hele praktische dingen als: laat mij toch alstublieft die baan krijgen?

Verwachten wij echt dat God dat allemaal kan bewerkstelligen? En wat nu als iedereen tegelijk bid om het krijgen van een baan, of zoals het bidden van 2 voetbalteams voor het beginnen van de wedstrijd: zijn dan degenen die het hardst bidden, het ‘meest’ of ‘beste’ geloven degenen die de baan krijgen, of de voetbalwedstrijd winnen? Dat vind ik nogal lastig te begrijpen… en toch.. toch bid ik ook regelmatig om praktische dingen.. kan ik dat dan maar beter niet doen? Of is het idee dat ik de verantwoording van de gebeurtenis bij iemand anders (God) neerleg al genoeg om me gerust te stellen.. meer kan ik niet doen, het ligt nu bij God….

MEDION DIGITAL CAMERA

We verwachten God altijd te zien in grootse daden, Wonderen met de hoofdletter W, alsof we nog in de tijd van Jezus zelf leefden. Natuurlijk, we lezen dat in de tijd van de aartsvaders God regelmatig sprak met Abraham, hij liet manna uit de hemel vallen en spleet de rode zee in twee… En Jezus genas mensen, veranderde water in wijn en zorgde ervoor dat duizenden mensen met alleen maar 5 broden en 2 vissen te eten kregen (zoals jullie 2 weken geleden hebben gehoord).

Dat soort wonderen maken we tegenwoordig niet dagelijks mee (nou ja of helemaal niet eigenlijk 😉 )

Betekent deze afwezigheid van wonderen dan dat God helemaal niet meer aanwezig is in ons leven? Dat al ons bidden voor kracht, moed, liefde en de nieuwe baan dan helemaal voor niets is?

Nee, dat denk ik niet.

Heer onze Heer, hoe zijt gij aanwezig… daar begon ik deze dienst mee. Wanneer we kijken naar de tekst van het lied, dat uit tussentijds komt, dan krijgen we een heel ander beeld van de aanwezigheid van God in ons leven, dan dat we krijgen uit alle verhalen uit de bijbel. De tekst van het lied lijkt een beetje op de manier van geloven zoals die gepredikt werd door Thomas van Acquino, de beroemde theoloog: ook hij preekte: “Gij zijt in alles diep verscholen” en “Gij zijt zo menselijk in ons midden”. Als schepper van de hemel en aarde, de mensen en bloemen en alles wat op aarde leeft: is God volgens hem in alles wat we om ons heen zien aanwezig, daarnaast, is God door middel van zijn zoon Jezus ‘menselijk’ in ons midden.

Heer onze Heer, hoe zijt gij aanwezig, ik denk dat we, niet alleen tijdens deze dag van verwachting naar de komst van Jezus in Jeruzalem, maar ook tijdens de komende Goede week voor Pasen, ons niet moeten focussen op de uitspraak van Jezus: “Mijn God, Mijn God, waarom hebt u mij verlaten?”, maar meer op de tekst van Huub Oosterhuis, gebaseerd op theologen uit de middeleeuwen; Heer onze heer, hoe zijt gij aanwezig.

In plaats van grote wonderen te verwachten, grote tekenen van God in ons midden, moeten we ons richten op de kleine dingen, het feit dat het leven alsmaar doordraait, seizoen na seizoen, we moeten God vinden in de glimlach van zomaar een voorbijganger, in de prachtige zonsopgang of in een onverwacht compliment. En als dit vinden van God in de kleine dingen niet genoeg troost biedt? Of niet genoeg kracht geeft? Blijven we steken bij de vraag: Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?
Denk dan aan de woorden van het popnummer dat we zonet hebben beluisterd:

Overal waar ik ga, ik weet dat U niet ver weg bent. U bent hier, U bent hier.
Overal waar ik ga, ik weet dat U niet ver weg bent. U bent hier, U bent hier.

Of denk dan aan psalm 121 en gebruik, met name vers 7 en 8,  die als troost, als kracht
7 De HEER behoedt je voor alle kwaad,
hij waakt over je leven,
8 de HEER houdt de wacht
over je gaan en je komen
van nu tot in eeuwigheid.

Amen

Bronnen foto’s: www.kerkliedwiki.nl, brfree.net

 

 

One Comment

  1. […] Dag 14: Zat ik op zaterdag al om 8 uur in de trein, zondag was het nog een half uur eerder omdat ik moest preken in Apeldoorn. Op de heenweg had ik een lekker grote beker thee en las ik de Jente van deze maand. Op de terugweg heb ik mijn slaaptekort ingehaald haha. De overdenking van zondag lezen jullie overigens hier. […]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *